18 en 19 juni 2005
Heerbeeckcollege, Best
foto's

(klik op het plaatje)
|
video's

(klik op het plaatje)
|
uitvoerenden:
Don Giovanni: Eric Ruis
Leporello: Paul Merkus
Donna Anna: Marian Teurlings
Don Ottavio: Jos Leermakers
Il Commendatore: Wim Ritzerfeld
Donna Elvira: Marianne Schellens
Zerlina: Wilma Cocu
Masetto: Frans van den Akker
koor van boeren en boerinnen:
Margriet van den Akker, Ingrid Bal, Marlies Mertens, Jojanneke
Nijdam, Marianne Senden, Marcel Groenen, Johan Jansen, Frank Verhoeven, Robert
Verstegen
verteller: Arno Rooijackers
aan de piano: Jan Berkers en Annemieke Buter
licht: Bram van Sprang
muzikale leiding en regie: Caroline Spanjaard
het verhaal
De rokkenjager Don Giovanni (Don
Juan) heeft zijn zinnen gezet op de dochter van de Commendatore, Donna Anna.
Deze verleidingspoging mislukt en de Commendatore daagt Don Giovanni uit tot een
duel. De oude man wordt dodelijk verwond. Don Giovanni slaat, samen met zijn
knecht Leporello, op de vlucht. Donna Anna en haar verloofde, Don Ottavio,
zweren de moord te zullen wreken.
Een oude vlam van Don Giovanni, Donna
Elvira, is op zoek naar haar geliefde, die haar verlaten heeft. Ook zij zweert
wraak.
Het aantal achtervolgers groeit.
Nadat Don Giovanni heeft geprobeerd het boerenmeisje Zerlina, op haar
huwelijksdag notabene, het hof te maken, krijgt hij het, letterlijk, met
haar man Masetto aan de stok.
In zijn vlucht belandt Don
Giovanni op het kerkhof. Daar nodigt hij in zijn overmoed het standbeeld van de
Commendatore uit voor het avondeten. Tot zijn verbazing aanvaardt het standbeeld de
uitnodiging. Tot Leporello's afgrijzen verschijnt het beeld daadwerkelijk op het
avondeten en sommeert Don Giovanni berouw te tonen. Don Giovanni weigert dat en er
wacht hem dan niets anders dan de hel.
… en de moraal ?
Don Juan (of Don
Giovanni zoals hij in het Italiaans heet), heeft al eeuwenlang schrijvers en
componisten geďnspireerd. De legende van de maniakale vrouwenversierder
ontstond kort na de Renaissance en bereikte een hoogtepunt in het
vroegzeventiende-eeuwse Spanje, toen Tirso de Molina in 1630 het stuk “El
burlador de Sevilla” schreef. Het verhaal is daarna nog vele malen
‘herbruikt’, o.a. door Moličre in zijn “Don Juan ou le festin de
Pierre” uit 1665. Mozart en zijn Italiaanse librettoschrijver Lorenzo da Ponte
gaven er weer hun eigen draai aan en zo ontstond de opera “Don Giovanni”,
die in 1787 in premičre ging.
Waardoor komt het toch
dat zowel kunstenaars als publiek niet genoeg kunnen krijgen van dit verhaal van
een losbandige edelman, die zich van God noch gebod iets aantrekt en daarvoor
wordt gestraft? Wat is er zo interessant aan een moraalpreek? Of zouden we te
maken hebben met de zelfde fascinatie die tegenwoordig uitgaat van
verhalen in de roddelpers over beroemdheden die zich te buiten gaan aan allerlei
uitspattingen, waar men dan enerzijds schande van spreekt, maar anderzijds
heimelijk jaloers op is? Hoe het ook zij, Mozart en Da Ponte waren zich welhaast
zeker bewust van deze dubbele moraal en misschien is dat wel de reden dat deze
opera een “dramma giocoso” (speels drama) wordt genoemd. Een satire, zouden
we tegenwoordig zeggen. Da Ponte zet Don Giovanni weliswaar neer als
nietsontziend en totaal onverantwoordelijk, maar de andere figuren komen er ook
niet zo best vanaf. Ze hebben schijnbaar het morele gelijk aan hun kant, maar ze
munten geen van alle uit door veel moed en daadkracht, waardoor ze geen schijn
van kans maken tegen de ongrijpbare en vindingrijke Don Giovanni en de oplossing
moet uiteindelijk van buitenaf komen.
Een ander, historisch,
aspect is het feit dat deze opera twee jaar voor het begin van de Franse
revolutie is geschreven, waarin, zoals bekend, op een weinig zachtzinnnige
manier werd afgerekend met de adel en het lijkt geen toeval te zijn dat
uitgerekend een losgeslagen edelman aan het einde van deze opera door het
noodlot wordt getroffen.
Een satire? Dat zou
het waarschijnlijk zijn als dit puur een toneelstuk was, zonder de muziek van
Mozart dus. Die zorgt er namelijk voor dat het stuk veel meer is dan een kille
satire. De muziek beweegt zich al vanaf de ouverture heen en weer tussen
dreigend en dramatisch enerzijds en speels en luchtig anderzijds. Het ene moment
drijft Mozart de spot met zijn figuren, het andere moment aait hij ze als een
begrijpende vader over de bol en onafwendbaar, maar meelevend, voert hij hen (en
ons) mee naar de fatale ontknoping. En alsof hij wil zeggen dat we daar
eigenlijk weer niet zo zwaar aan moeten tillen, trakteert de kleine man uit
Salzburg ons onderweg nog op een paar juweeltjes van aria’s en ensembles.
En wat is nu
uiteindelijk de moraal van het verhaal? U mag het zeggen, maar u kunt ook gewoon
achterover gaan zitten en genieten …
Wim Ritzerfeld
|