die Gärtnerin aus Liebe

 

 
Die Gärtnerin aus Liebe

W.A. Mozart 
 

10 en 11 maart 2007

Heerbeeck College, Best 
 

foto's

middag

(klik op het plaatje)

video's

  middag + avond

(klik op het plaatje)

foto's

avond

(klik op het plaatje)

uitvoerenden

zaterdagmiddag 10 maart
zondagmiddag 11 maart

Podestà: Martin Boschman
Sandrina:  Marianne Schellens
Belfiore:  Frank Savelkoul
Arminda:  Marlies Mertens
Ramiro: Annelies Rooijackers
Serpetta: Jetty Gerrits
Nardo: Wim Ritzerfeld

verteller: Paul Merkus

piano: Jan Berkers

zaterdagavond 10 maart
zondagavond 11 maart

Podestà: Jos Leermakers
Sandrina:  Wilma Lammers
Belfiore:  Maarten Kuijpers
Arminda:  Carla van de Wetering
Ramiro: Tonny Frèrejean
Serpetta: Lidwine Huijbregts
Nardo: Remco Grimm

verteller: Paul Merkus

piano: Alison Black

decor:
Frans Bergen, Wilma Lammers, Paul Merkus, Wim Ritzerfeld, Eric Ruis, Caroline Spanjaard

kostuums:
Wilma Lammers, Jos Leermakers, Caroline Spanjaard e.v.a.

grime:
het grimeteam van Arte de Koos

licht:
Bram van Sprang

regie:
Caroline Spanjaard

 
achtergrond

Mozart kreeg in 1774 (hij was toen pas 18) van keurvorst Maximiliaan II van Beieren de opdracht om voor het carnavalsseizoen in München een opera te schrijven. Hij koos voor een libretto van de Italiaan Giuseppe Petrosellini “La Finta Giardiniera” (“De vermomde tuinierster”). Dit libretto was al eerder gebruikt door componist Pasquale Anfossi voor een opera die het jaar daarvoor, ook tijdens het carnavalsseizoen, in Rome was uitgevoerd.

De première vond, na verschillende keren te zijn uitgesteld,  plaats in januari van het jaar 1775, notabene op vrijdag de 13e. Niettemin was de uitvoering een groot succes. Mozart zelf schreef aan zijn moeder dat het theater stampvol zat en dat er na elke aria luid werd geapplaudisseerd, terwijl er “Viva Maestro!” werd geroepen. Helaas werd de opera na drie uitvoeringen alweer van het programma afgevoerd. Mozart heeft het stuk vervolgens omgewerkt tot een Duits Singspiel, waarbij de recitatieven werden vervangen door gesproken tekst. In deze versie is de opera vanaf 1779 nog jarenlang uitgevoerd.

Mozart’s oorspronkelijke zetting van de eerste akte is verloren gegaan en het heeft tot na 1970 geduurd tot er in Tsjecho-Slowakije een kopie van werd gevonden, zodat eindelijk de volledige Italiaanse en Duitse versies konden worden gereconstrueerd. Recent heeft de uitgever ook nog een Duitse vertaling van de Italiaanse recitatieven toegevoegd, zodat we u nu een Duitstalige versie met recitatieven kunnen laten horen.

Over de muziek schreef de dichter Christian Schubart na de première het volgende: “Hier en daar laaien de vlammen van het genie op, maar er is nog niet dat kalme altaarvuur dat naar de hemel opstijgt”, maar ook dit: “Als Mozart geen kunstmatig kasplantje is, dan moet hij wel een van de grootste componisten worden die ooit hebben geleefd”. Waarvan akte.  
 

het verhaal

Hoofdpersoon in de opera is markiezin Violante. Ze is gevlucht voor haar minnaar, graaf Belfiore, die haar uit jaloezie bijna had vermoord. Nu werkt ze incognito als de tuinierster Sandrina voor de Podestà van Lagonero, terwijl haar dienaar Roberto zich voordoet als haar neef Nardo. Arminda, een nicht van de Podestà, staat op het punt te gaan trouwen. Als de bruidegom verschijnt herkent Sandrina hem als .... Belfiore!

Tot overmaat van ramp is zowat iedereen verslingerd aan iemand die hij/zij niet kan krijgen: Nardo is verliefd op het kamermeisje Serpetta. Serpetta heeft haar zinnen gezet op de (rijke) Podestà, die op zijn beurt weer een oogje op Sandrina heeft. En dan is er nog Ramiro, die zijn oude liefde Arminda niet kan vergeten. Kortom: een onontwarbaar kluwen! 

Hoe moet dit ooit goed komen? Wel, op typisch Mozartiaanse wijze, door middel van een onafgebroken serie ingewikkelde, dramatische en komische gebeurtenissen die er uiteindelijk toe leiden dat het goede in de mens overwint en iedereen nog lang en gelukkig leeft …..  
 

… en waar het over gaat

Het verhaal van Giuseppe Petrosellini heeft in de loop der tijd veel kritiek te verduren gehad. Het zou onevenwichtig en onlogisch zijn, de personages zouden niet consequent zijn enzovoort. Toegegeven, het is zeker een verwarrend geheel met een stel figuren die allemaal verliefd zijn op de verkeerde, terwijl twee van hen zich ook nog eens voordoen als iemand anders.

Een deel van de kritiek komt waarschijnlijk vanwege het feit dat wij tegenwoordig de merkwaardige vermenging van komische en dramatische elementen niet meer zo goed kunnen plaatsen. Deze gemengde stijlvorm (dramma giocoso), waarin serieuze en komische zaken vrijelijk door elkaar lopen komt in latere opera’s van Mozart overigens ook voor (o.a. bij Don Giovanni). Verder is de psychologische karakterisering van de personages niet zo uitgediept als wij dat misschien gewend zijn. Het zijn eerder een soort “flat characters” zoals je ze in stripverhalen tegenkomt. Eigenlijk gaat het (net als in een stripverhaal) ook helemaal niet om de personages, maar om het verhaal dat wordt verteld en om het effect dat de verteller met dat verhaal wil bereiken.

Welk effect probeert Petrosellini dan te bereiken? In de eerste plaats wil hij heftige emoties bij het publiek losmaken. De tweede helft van de 18e eeuw is immers het tijdperk van de zgn. “Sturm und Drang”, een beweging die de driften van de mens en de natuur centraal stelt en gezien kan worden als een voorbode van de romantiek. De emoties lopen in de Gärtnerin zo hoog op dat Sandrina en Belfiore zelfs korte tijd waanzinnig worden. En waarom lopen de emoties zo hoog op? Vanwege de verwarring en de misverstanden die ontstaan als gevolg van het feit dat iedereen ongebreideld zijn eigen driften najaagt en geen enkele poging doet om zijn medemens te begrijpen.

En daarmee komen we op het onderwerp dat de librettist wellicht aan de orde wil stellen: het wankele evenwicht tussen enerzijds de natuurlijke driften van de mens, die, als ze ongeremd hun gang kunnen gaan, tot chaos en ontregeling leiden en anderzijds de door de rede gedomineerde, geordende maatschappij. Misschien begrijpen we nu ook waarom deze opera in het carnavalsseizoen werd uitgevoerd. Het hele stuk lang gedraagt iedereen zich op een abnormale manier om zich uiteindelijk, net als op Aswoensdag, weer te voegen in de rol die hem/haar is toebedeeld. Het carnaval is voorbij en iedereen doet weer “gewoon”.

Wim Ritzerfeld