die Gärtnerin aus LiebeW.A. Mozart |
||||||
|
foto'smiddag
|
video's middag + avond
|
foto'savond
|
zaterdagmiddag
10
maart
|
zaterdagavond
10
maart
|
decor:
Frans Bergen, Wilma Lammers, Paul Merkus, Wim Ritzerfeld, Eric Ruis, Caroline
Spanjaard
kostuums:
Wilma Lammers, Jos Leermakers, Caroline Spanjaard e.v.a.
grime:
het grimeteam
van Arte de Koos
licht:
Bram van Sprang
regie:
Caroline Spanjaard
Mozart
kreeg in 1774 (hij was toen pas 18) van keurvorst Maximiliaan II van Beieren de
opdracht om voor het carnavalsseizoen in München een opera te schrijven. Hij
koos voor een libretto van de Italiaan Giuseppe Petrosellini “La Finta
Giardiniera” (“De vermomde tuinierster”). Dit libretto was al eerder
gebruikt door componist Pasquale Anfossi voor een opera die het jaar daarvoor,
ook tijdens het carnavalsseizoen, in Rome was uitgevoerd.
De
première vond, na verschillende keren te zijn uitgesteld,
plaats in januari van het jaar 1775, notabene op vrijdag de 13e.
Niettemin was de uitvoering een groot succes. Mozart zelf schreef aan zijn
moeder dat het theater stampvol zat en dat er na elke aria luid werd
geapplaudisseerd, terwijl er “Viva Maestro!” werd geroepen. Helaas werd de
opera na drie uitvoeringen alweer van het programma afgevoerd. Mozart heeft het
stuk vervolgens omgewerkt tot een Duits Singspiel, waarbij de recitatieven
werden vervangen door gesproken tekst. In deze versie is de opera vanaf 1779 nog
jarenlang uitgevoerd.
Mozart’s
oorspronkelijke zetting van de eerste akte is verloren gegaan en het heeft tot
na 1970 geduurd tot er in Tsjecho-Slowakije een kopie van werd gevonden, zodat
eindelijk de volledige Italiaanse en Duitse versies konden worden
gereconstrueerd. Recent heeft de uitgever ook nog een Duitse vertaling van de
Italiaanse recitatieven toegevoegd, zodat we u nu een Duitstalige versie met
recitatieven kunnen laten horen.
Over
de muziek schreef de dichter Christian Schubart na de première het volgende:
“Hier en daar laaien de vlammen van het genie op, maar er is nog niet dat
kalme altaarvuur dat naar de hemel opstijgt”, maar ook dit: “Als Mozart geen
kunstmatig kasplantje is, dan moet hij wel een van de grootste componisten
worden die ooit hebben geleefd”. Waarvan akte.
Hoofdpersoon
in de opera is markiezin Violante. Ze is gevlucht voor haar minnaar, graaf
Belfiore, die haar uit jaloezie bijna had vermoord. Nu werkt ze incognito als de
tuinierster Sandrina voor de Podestà van Lagonero, terwijl haar dienaar Roberto
zich voordoet als haar neef Nardo. Arminda, een nicht van de Podestà, staat op
het punt te gaan trouwen. Als de bruidegom verschijnt herkent Sandrina hem als
.... Belfiore!
Tot
overmaat van ramp is zowat iedereen verslingerd aan iemand die hij/zij niet kan
krijgen: Nardo is verliefd op het kamermeisje Serpetta. Serpetta heeft haar
zinnen gezet op de (rijke) Podestà, die op zijn beurt weer een oogje op
Sandrina heeft. En dan is er nog Ramiro, die zijn oude liefde Arminda niet kan
vergeten. Kortom: een onontwarbaar kluwen!
Hoe
moet dit ooit goed komen? Wel, op typisch Mozartiaanse wijze, door middel van
een onafgebroken serie ingewikkelde, dramatische en komische gebeurtenissen die
er uiteindelijk toe leiden dat het goede in de mens overwint en iedereen nog
lang en gelukkig leeft …..
Het
verhaal van Giuseppe Petrosellini heeft in de loop der tijd veel kritiek te
verduren gehad. Het zou onevenwichtig en onlogisch zijn, de personages zouden
niet consequent zijn enzovoort. Toegegeven, het is zeker een verwarrend geheel
met een stel figuren die allemaal verliefd zijn op de verkeerde, terwijl twee
van hen zich ook nog eens voordoen als iemand anders.
Een
deel van de kritiek komt waarschijnlijk vanwege het feit dat wij tegenwoordig de
merkwaardige vermenging van komische en dramatische elementen niet meer zo goed
kunnen plaatsen. Deze gemengde stijlvorm (dramma giocoso), waarin
serieuze en komische zaken vrijelijk door elkaar lopen komt in latere opera’s
van Mozart overigens ook voor (o.a. bij Don Giovanni). Verder is de
psychologische karakterisering van de personages niet zo uitgediept als wij dat
misschien gewend zijn. Het zijn eerder een soort “flat characters” zoals je
ze in stripverhalen tegenkomt. Eigenlijk gaat het (net als in een stripverhaal)
ook helemaal niet om de personages, maar om het verhaal dat wordt verteld en om
het effect dat de verteller met dat verhaal wil bereiken.
Welk
effect probeert Petrosellini dan te bereiken? In de eerste plaats wil hij
heftige emoties bij het publiek losmaken. De tweede helft van de 18e
eeuw is immers het tijdperk van de zgn. “Sturm und Drang”, een beweging die
de driften van de mens en de natuur centraal stelt en gezien kan worden als een
voorbode van de romantiek. De emoties lopen in de Gärtnerin zo hoog op
dat Sandrina en Belfiore zelfs korte tijd waanzinnig worden. En waarom lopen de
emoties zo hoog op? Vanwege de verwarring en de misverstanden die ontstaan als
gevolg van het feit dat iedereen ongebreideld zijn eigen driften najaagt en geen
enkele poging doet om zijn medemens te begrijpen.
En
daarmee komen we op het onderwerp dat de librettist wellicht aan de orde wil
stellen: het wankele evenwicht tussen enerzijds de natuurlijke driften van de
mens, die, als ze ongeremd hun gang kunnen gaan, tot chaos en ontregeling leiden
en anderzijds de door de rede gedomineerde, geordende maatschappij. Misschien
begrijpen we nu ook waarom deze opera in het carnavalsseizoen werd uitgevoerd.
Het hele stuk lang gedraagt iedereen zich op een abnormale manier om zich
uiteindelijk, net als op Aswoensdag, weer te voegen in de rol die hem/haar is
toebedeeld. Het carnaval is voorbij en iedereen doet weer “gewoon”.
Wim Ritzerfeld